Psychomatische begeleiding sporters
Sport is bij uitstek een activiteit waarbij het samenspel tussen lichaam (soma) en geest (psyche) in balans dienen te zijn om te komen tot een optimaal resultaat. De psychosomatisch werkende fysiotherapeut is dé persoon om deze balans te bewaken of te verbeteren.
Onze psychosomatische fysiotherapeute (i.o.) heeft een schat aan eigen sportervaringen. Daarnaast is ze werkzaam voor KNSB-opleidingen en heeft ze jarenlange trainerservaring. Als fysiotherapeute mét ALO achtergrond en haar kennis en kunde op het gebied van van de psychosomatiek kan zij een praktische invulling geven aan de begeleiding van sporters.
Psychosomatische begeleiding bij sportblessures
Omdat het hebben van een blessure vaak heel wat meer met zich meebrengt dan alleen fysieke pijn bieden wij naast de reguliere fysiotherapeutische behandeling bij sportblessures bieden wij ook psychomatische begeleiding bij sportblessures aan. Deze begeleiding kan preventief zijn of curatief.

Preventief is aangetoond dat persoonlijkheid, eerdere ervaringen met blessures of stress, copingsstijlen van invloed kunnen zijn bij het ontstaan van sportblessures. Ook de verschillen tussen hoe sporters de sportsituatie en de verschillende bijkomende factoren interpreteert en de ontstane veranderingen in activatie en aandacht zijn belangrijke factoren die met psychosomatische interventies te beïnvloeden zijn. Dit kan vooral van belang zijn bij sporters die veelvuldig geblesseerd zijn.
Curatief kan de psychosomatische begeleiding bijdragen aan een optimale revalidatie. Het behouden van de juiste motivatie, hulp bij een positieve goalsetting, het tegengaan van catastroferende gedachten, het juist leren interpreteren van lichaamssignalen, het afleren van bewegingsangst en diverse aandachts-, ontspannings- en mentale verbeeldingstechnieken kunnen ondersteunend aan het herstelproces ingezet worden om de revalidatie zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
Psychosomatische ondersteuning van de sportprestatie

Motivatie
Motivatie zorgt dat de sporter zich prepareert, dat hij doorzet onder (extreem) moeilijke omstandigheden. De mate van motivatie weerspiegelt zich in de leefstijl van de atleet. Te weinig motivatie resulteert in slechtere prestaties. Overmatig motivatie kan leiden tot overtraining en burnout. Het kan ontstaan als de atleet meent niet de capaciteit te hebben voor de hoge eisen die gesteld worden. Motivatie kan intrinsiek zijn of extrinsiek. Samen met de sporter gaan we op zoek naar het juiste niveau van motivatie om de sportprestatie zo gunstig mogelijk te beïnvloeden. Hier zijn verschillende technieken voor.
Zelfvertrouwen
Zelfvertrouwen zorgt ervoor dat de sporter positief, gemotiveerd, intensief, geconcentreerd en emotioneel beheerst kan zijn op het moment dat dat nodig is. De eigen-effectiviteiteitsverwachting is een centraal begrip als het gaat om zelfvertrouwen in de sport.
De term Eigen-effectiviteit verwachting (Self-efficacy) is gelanceerd door Bandura (1977). Het is de overtuiging dat men de vaardigheden heeft om een gewenste uitkomst te halen. De eigeneffectiviteit verwachting beïnvloedt de keuze in activiteiten, de inspanning die we leveren en de volharding als het tegen zit. Hoe hoger de eigeneffectiviteit verwachting, des te groter de kans op slagen.
Ook de oorzaak waar men slagen of falen aan toeschrijft (attributiestijl) heeft invloed op het zelfvertrouwen.
|
Attributiestijlen |
||
|
Stabiel |
Variabel |
|
|
Intern |
“Dat kan ik nou eenmaal niet” |
“Dat kan ik nog verbeteren” |
|
Extern |
“Ik heb altijd de scheids tegen” |
“De weersomstandigheden zaten me dit keer niet mee” |
Er zijn verschillende manieren om zelfvertrouwen te vergroten. Zelfvertrouwen komt niet aanwaaien. Men moet bewust kiezen waar men aan wil werken. Men moet expliciet de beslissing nemen dat men het zelfvertrouwen wil verbeteren. Pas dan kan de atleet vertrouwen krijgen in de training en de technieken zoals positieve zelfspraak, mentale verbeelding en doelen stellen.
Focus
Voor focussen worden verschillende termen gebruikt zoals aandacht, concentratie en cognitieve inspanning. Een optimale focus houdt de atleet bij interne of externe cues die relevant zijn voor de sporttaak, zodat alleen relevante informatie binnenkomt en verwerkt wordt, en ook de output maximaal gericht is. Bij suboptimale focus raakt men afgeleidt door allerlei interne of externe irrelevante zaken.
Bij lage arousal (activatie) worden zowel relevante als irrelevante cues op een ongefocuste manier verwerkt. Bij optimale arousal worden vooral de relevante cues verwerkt en de irrelevante genegeerd (selectiviteit), bij overmatige arousal treedt er versmalling van de focus op (tunnelvisie effect) en gaat de atleet relevante cues missen. Waarschijnlijk komt dat omdat bij hoge arousal het zenuwstelsel zich vooral richt op bedreigende stimuli en zo andere relevante stimuli gaat missen.
Emoties
Emoties lijden tot fysieke veranderingen. Positieve emoties of negatieve emoties verwijst naar hoe men de emoties beleeft en niet naar het effect op de prestaties. Positieve emoties bevorderen niet altijd de prestaties en negatieve emoties werken dit niet altijd tegen. Tevredenheid over de prestatie laat juist de inzet dalen, terwijl boosheid en frustratie dit juist kan bevorderen. Atleten moeten geen emoties zoeken die goed voelen, maar die hun prestaties bevorderen. Dat kunnen positieve emoties, maar ook negatieve zijn.
|
Plezierig |
Onplezierig |
|
|
Behulpzaam |
Opwinding |
Frustratie |
|
Schadelijk |
Tevredenheid |
Angst Wanhoop Paniek Woede Vernedering Schaamte Schuld Stress |
De emotie matrix
De sporter moet eerst begrijpen hoe hij emotioneel reageert op wedstrijdsituaties, de schadelijke reactie herkent en dan leert dat die te voorkomen zijn of ermee om te gaan. Emotionele controle bestaat volgens Goleman uit de volgende kwaliteiten: gemotiveerd blijven en volhouden ondanks frustratie, de behoefte aan direct beloning beheersen, in staat zijn de stemming te beïnvloeden, voorkomen dan negatieve emoties het denken of gedrag aantasten.
Intensiteit
Intensiteit verwijst naar termen als arousal, angst en nervositeit. Een andere term voor intensiteit is activatie. Activatie heeft drie verschijningsvormen die de uitvoering kunnen beïnvloeden: de fysiologische activatie, de gedragsmatige responsen in termen van overmatige motorische activatie, en de cognitieve en emotionele reactie op de perceptie van fysiologische en motorische activatie.
Het vermogen om de activatie te beheersen is prestatie bepalend. Yerkes and Dodson (1908) stellen een U-vormige relatie voor tussen activatie en prestaties. Dat betekent dat zowel te lage als te hoge activatie nadelig zijn.
