Na jaren van fietsreizen naar Alpe d’Huez en de Stelvio zochten wij voor dit jaar een bestemming met (nog) wat meer uitdaging. Die vonden wij in de Dolomieten. Hier zouden de beklimmingen steiler, grilliger en mooier zijn dan in de Alpen. 34 BCD leden wilden dit wel eens ervaren en gingen de uitdaging aan.

Dinsdag 30 mei reisden 38 BCD’ers (deelnemers en begeleiding) af naar Arabba, Italië. Gedurende 5 dagen was Hotel Mesdí onze perfecte verblijfplaats en uitvalsbasis. Gelegen op de flanken van de legendarische passo Pordio en met uitzicht op de passo Campolongo werd ons, voordat er maar en meter was gefietst, meteen duidelijk dat de vele trainingsuren in de voorbereiding niet voor niets waren geweest!

Dag 1: Woensdag 31 mei
Met een mengeling van enthousiasme, zenuwen en onzekerheid stappen de deelnemers op de fiets voor de 1e rit. Wat zouden de Dolomieten voor ons in petto hebben? Gelukkig eerst 10 kilometer heerlijk glooiend nieuw asfalt. Pas aangelegd in verband met de Giro d’Italia, die vorige week nog over deze wegen trok. In het dorp Cernadoi plots een haakse bocht naar links: het begin van onze eerste beklimming, de passo Valparola. Een redelijk regelmatige klim van 12 kilometer. Prima om mee te beginnen. De laatste 1,5 kilometer moeten we nog even stevig aan de bak, voor het eerst (en zeker niet voor het laatst deze week) gaat het stijgingspercentage naar de dubbele cijfers.
Het uitzicht op de top is magnifiek en doet gelijk alle inspanningen vergeten.
Na de afdaling volgt de 2e klim van de dag, de Campolongo. Slechts 5,4 km en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,5%, dat wordt een makkie… Niet dus! Ploeterend naar de top komen we er achter dat een gemiddeld stijgingspercentage in de Dolomieten niks zegt over de zwaarte van een klim. De percentages zijn enorm onregelmatig en schommelen voortdurend tussen 0 en 11%. Het enige constante op deze klim is onze hartslag. Hoog. Onze deelnemers laten zich echter niet kennen (Wij kunnen het!) en bereiken allemaal de top. Wat rest is een korte afdaling naar het hotel waar heerlijke Italiaanse pasta op ons wacht.

Dag 2: Donderdag 1 juni
Een dag die al maanden rood omcirkeld staat in onze agenda. Vandaag doen we de beroemde en beruchte Sella Ronda. Een rit van 50 kilometer met daarin liefst 4 beklimmingen: de Campolongo, de Gardena, de Sella en de Pordoi. Wat volgt is een adembenemende rit (soms letterlijk, meestal figuurlijk) waarbij we 3x boven de 2000 meter uitkomen. De Dolomieten op hun best, in alle opzichten! Onderweg worden de fietsers perfect bijgestaan door onze 2 volgauto’s, bestuurd door Harry en Bonne. Onmisbaar! De weergoden zijn ons gunstig gestemd, tót de laatste afdaling. Plotselinge hagel en zware regenval doen de temperatuur zo’n 20 graden zakken en zorgen voor ijskoude laatste kilometers. De Wellnessfaciliteiten van het hotel doen gelukkig hun werk en zorgen ervoor dat we weer op temperatuur komen.

Dag 3: Vrijdag 2 juni
Het zonnetje doet anders vermoeden, maar de weerkaarten geven vanaf 12:00 uur slecht weer aan. Dit noodzaakt ons het programma aan te passen en te beperken tot 1 beklimming: de Pordoi, maar dan van de andere kant. ‘Slechts’ 9,4 kilometer klimmen, je kunt het bijna een hersteldag noemen. Dat komt de meeste deelnemers niet slecht uit, want iedereen voelt de benen van de afgelopen 2 dagen. Ondanks dat wordt ook deze klim door iedereen bedwongen. Op de top is er tijd voor een groepsfoto bij het monument voor de grootste Italiaanse wielrenner ooit, Fausto Coppi. Goed gezelschap. Na de afdaling blijkt het slechte weer iets vertraagd, want ons de gelegenheid geeft het terras van het hotel eens goed te testen.

Dag 4: Zaterdag 3 juni
Na de korte rit van gister is iedereen weer goed hersteld en klaar voor de laatste en misschien wel zwaarste rit, die ons zal leiden naar de top van de Fedaia pas. Het weer werkt gelukkig ook weer mee: een strakblauwe hemel bij vertrek. De eerste kilometers zijn ‘gratis’, over een afstand van 14 kilometer zakken we ruim 400 meter in hoogte. Na het dorpje Digonera is het gedaan met de pret en begint de weg alweer op te lopen. Even later is het meteen duidelijk dat de beklimming van de Fedaia echt is begonnen: de fietscomputer geeft 9% aan. Nog maar 14 kilometer klimmen… Na zo’n 7 kilometer kunnen we een stukje afsnijden door de toeristische route te nemen. We fietsen door het dorpje Sottoguda en na betaling van € 2,= mogen we onze weg vervolgen door een smalle kloof. Gelukkig loopt de weg ook hier flink omhoog en komt de snelheid niet boven de 10 km per uur. Zo hebben we alle tijd om al dat natuurschoon om ons heen eens goed te bekijken. Werkelijk prachtig! Nadat we de kloof zijn uit gefietst is het nog maar 5 kilometer tot de top. Dit zullen wel de zwaarste kilometers van de week worden: 11,5% gemiddeld met uitschieters naar 18%! Een aantal deelnemers vindt dat te gortig en stapt wijselijk in de volgauto. Na zo’n 3 kwartier piepen, kraken, stoempen en afzien wordt door de rest de top van de Fedaia bereikt. Wat een beestachtig zware klim! Donkere wolken pakken zich boven ons samen, dus lang bijkomen is er niet bij. In no-time rollen we terug naar Digonera waar we voor de laatste keer onze klimcapaciteiten moeten aanspreken. 4 Kilometer. 7%. Makkie.

Bij de pasta is er een ludieke prijsuitreiking door Miente en Meint waarin alle avonturen en anekdotes van de afgelopen week de revue nog eens passeren. ’s Avonds schuiven we moe maar zeer voldaan voor de laatste keer aan voor het diner en sluiten we een prachtige week af. Langs deze weg wil ik iedereen bedanken voor 5 onvergetelijke dagen. In het bijzonder Hans, voor het beschikbaar stellen van de volgauto en daarnaast medebegeleiders Harry, Bonne, Miente, Meint en Jeroen.

Grazie! Laurens